Sealen

Op 5-6 jarige leeftijd komen ‘de grote mensenkiezen’ door, achter het melkgebit. Om deze goed te poetsen is lastig, vooral omdat de groefjes in de (vier) kiezen soms diep zijn. Daarom sealen we de kiezen met een ‘kiezenlak’, om gaatjes te voorkomen. Sealen wil zeggen: afdichten of verzegelen. De groefjes worden afgedicht, zodat ze beter schoon te houden zijn.

Eerst maakt de tandarts of assistente de kiezen goed schoon, met een borsteltje of instrument. Daarna maken we de kies extra schoon door middel van kiezenshampoo (etsen van het oppervlakte).

Na het schoonspoelen en droogblazen van de kies komt de lak op de kies en deze wordt hard gemaakt door een lamp met blauw licht. Het sealen moet droog gebeuren, er mag geen speeksel bij de kies komen. Daarom gebruiken we wattenrollen en een speekselzuiger.

De sealing die diep in de groeven van de kies zit gaat enkele jaren mee. Bij de halfjaarlijkse controle controleert de tandarts of er nog voldoende aanwezig is. Als er wat materiaal is verdwenen, kan dit worden aangevuld. Na de tweede wisselfase, dus nadat alles doorgekomen is, worden alle nieuwe kiezen geseald.