Gaatjes en vullingen

Cariës (tandbederf) is de meest voorkomende infectieziekte in de wereld. Naar schatting 95% van de wereldbevolking lijdt er aan. Door onder andere een slechte mondhygiëne kunnen gaatjes ontstaan. Door de uitscheiding van zuren en door bacteriën, voedselresten en slijm in de mond ontstaat er tandplak. Dit tandplak tast de glazuurlaag van de tanden en kiezen aan. Dit noemen we ontkalking. Als deze ontkalking maar lang genoeg duurt krijg je vanzelf een gaatje.

Je kunt cariës opsporen met het blote oog (halfjaarlijkse controle) of door röntgenfoto’s te maken. Soms is de cariës zo diep in de tand of kies getrokken dat de bacteriën de zenuw hebben aangetast, dan moet er een wortelkanaalbehandeling plaatsvinden.

De behandeling van een gaatje bestaat uit het weghalen van cariës en het vullen van het gaatje. In onze praktijk gebruiken we alleen wit vulmateriaal. Dit wordt composiet genoemd. Composiet heeft als voordeel dat het mooi is om te zien en er hoeft geen gezond materiaal van de tand of kies weggehaald te worden om houvast voor de vulling te creëren. Doordat we witte vullingen leggen door middel van een lijmtechniek, kan de tand of kies ook weer wat sterker worden. Het nadeel is, dat witte vullingen na de behandeling nog enkele dagen wat gevoeligheid kunnen geven.